sermoen Karin de Groot

 

Weerwaarschuwingen, dreigende gladheid en ander ongemak verhinderden menigeen het beluisteren van het sermoen van Karin de Groot aan het einde van de tweede kerstdag in de Geertekerk. Nu kan dat alsnog. U kunt de tekst hier beluisteren

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Karin, die gewend is aan camera's en niet aan een levend en aandachtig luisterend publiek in een sfeervolle ambiance van een kerk, hield een helder sermoen over een thema dat iedereen raakt en dat steeds in onderzoeken naar bepalende waarden bovenaan prijkt: eerlijkheid. Eerlijkheid is een illusie, was het motto van haar betoog. Zij ontleent het thema aan haar roman " Schaduwwaarheid" die straks verschijnt bij uitgeverij NwAmsterdam. Karin pakt in voorbeelden, vragen, doorkijkjes en bespiegelingen de luisteraar hoffelijk bij de kraag. Je gaat onmiddellijk en onherroepelijk bij je zelf te rade. Aansluitend kreeg Sam ten Velden, dirigent van het VU koor, alle aanwezigen, vierstemmig aan het zingen. Tot hun verrassing zongen ze ter plekke, na een voortvarende oefening, een lied over Jean Harlow, de platinablonde sexbom uit de twintiger jaren, wier leven gebouwd was op hele en halve leugens. Het was een verrassende afsluiting van de kerstdagen 2010. Met een inleiding van Heine Siebrands.

Ook grote leugens mogen! Ik was een jaar of 11, het was zondagmiddag en ik zat bij ons thuis in de kamer. Er waren vrienden van mijn ouders op bezoek. Op een gegeven moment kijkt de vriend van mijn vader naar buiten en zegt daar loopt mijnheer Groenewegen, mijn buurman. Mijn vader kijkt ook uit het raam en zegt:mijnheer Groenewegen? Nee hoor, dat is mijnheer Van 't Hek, dat is mijn buurman. De vriend van mijn vader roept uit: Ik ben toch niet gek, ik weet heus wel wie mijn buurman is, en dit is hem: mijnheer Groenewegen. En zo kwam ik er achter dat de keurigste man van de hele straat, wiens vrouw en kinderen iedere ochtend voor het raam stonden te zwaaien als hij naar zijn werk ging -iets waar wij stiekem altijd om moesten gniffelen, zo burgertruttig vonden we dat- in werkelijkheid een dubbelleven leidde en er twee gezinnen op na hield. Twee gezinnen, met kinderen. De afgelopen vier jaar heb ik me verdiept in waarheid en leugen. Ik heb een roman geschreven met de titel Schaduwwaarheid. Het thema: is het erg als je je hele leven bij elkaar liegt, als je daar niemand ongelukkig mee maakt? En steeds heb ik tijdens het schrijven die vraag in mijn achterhoofd gehouden: is het erg als je je hele leven bij elkaar liegt, als je daar niemand ongelukkig mee maakt? Het verhaal gaat over een vrouw die al tien jaar lang een dubbelleven leidt. Ze heeft een gezin in Nederland met een man en twee dochters. Ze liegt tegen hen en zegt dat ze voor haar werk drie dagen per week moet reizen. In werkelijkheid is ze die drie dagen bij haar andere gezin in Engeland. Een alleenstaande vader met een zoon. In Engeland liegt ze dat ze naar Nederland moet omdat ze daar een winkel heeft die ze moet runnen en omdat haar demente moeder van haar afhankelijk is. Allemaal leugens. Tijdens het schrijven van dit boek heb ik met veel mensen gesproken over deze situatie en ik ben niemand tegengekomen die zei: nou en, dat is toch geen probleem dat ze liegt. Laat die vrouw lekker dat dubbelleven leiden. Iedereen keurde deze leugens af. Ik heb zeven jaar bij het programma Spoorloos gewerkt, u kent het ongetwijfeld, een programma waar mensen op zoek gaan naar andere mensen, vaak kinderen op zoek naar ouders. En ik kan u vertellen, ik heb wat leugens voorbij horen komen in die zeven jaar. Ik kan me een vrouw herinneren die op zoek was naar haar vader. Haar moeder had altijd gezegd dat de man Jansen heette en uit Leiderdorp kwam. Op een gegeven moment ging de dochter zoeken, kon de man niet vinden. En moeder zei,  zei ik Jansen? Nee het is Janszoon. Toen dochter hem weer niet kon vinden zei moeder, zei ik Leiderdorp, nee het is Leidschendam. Op deze manier heeft ze haar dochter jarenlang aan het lijntje gehouden. Na jarenlang liegen en misleiden, hoorde de dochter van een vriendin van moeder eindelijk de waarheid. Het bleek te laat, vader was kort daarvoor overleden. Ik vertel u deze voorbeelden, van dat dubbelleven en van de leugens over iemands afkomst, omdat we bijna allemaal wel vinden dat dit leugens zijn die niet kunnen. Het zijn de grote leugens. De filosoof Immanuel Kant vond dat we sowieso niet zouden moeten liegen. Iets dat je niet tot algemene regel zou willen verheffen, moet je niet doen. Liegen zou je niet tot algemene regel willen verheffen en daarmee moet je besluiten dat er niet gelogen mag worden. Ook geen kleine leugentjes. Toch kun je je afvragen of de maatschappij zou functioneren zonder kleine leugentjes. Stel, u gaat naar de bruiloft van een goede vriendin. Ze praat al weken over de prachtige jurk die ze heeft uitgezocht. Op de dag van de bruiloft ziet u de jurk en u kunt maar een ding concluderen: ze ziet er monsterlijk uit. De kleur staat haar niet en hij maakt haar dik. Op de receptie staat ze stralend voor u, draait een zwierige pirouette en vraagt:  en hoe vind je hem? Ik kan me nauwelijks voorstellen dat hier iemand is die op dat moment zou zeggen je ziet er verschrikkelijk uit? Dat doe je niet. Niemand zegt tegen een moeder dat haar pasgeboren baby een lelijk kind is. Niemand beledigt vanavond bij het kerstdiner de gastheer door te zeggen dat de wijn niet te drinken was en de maaltijd werkelijk beneden alle peil. Het zijn fatsoensnormen, maar goed beschouwd zijn het leugentjes. Kleine witte leugentjes noemen we ze. De vraag is natuurlijk of er werkelijk een onderscheid te maken is tussen grote en kleine leugens. En wie bepaalt dan waar de grens ligt? Een voorbeeld. De actrice Jean Harlow, ook wel bekend als The Platinum Blonde, Voor degene die haar niet kennen: ze was een soort Marilyn Monroe avant la lettre, stierf net als Monroe jong, nl in 1937 op 26 jarige leeftijd. Van Jean Harlow is de beroemde zin would you be shocked if I changed into something more comfortable. Jean Harlow heeft haar hele korte leven volgehouden dat haar haar natuurlijk platinablond was. Ik vermoed dat niemand het geloofde, de waterstofperoxide vloog in die periode ook over de toonbank. Alle vrouwen wilde deze  natuurlijke haarkleur. In mijn eigen prive-onderzoek, nee niet wetenschappelijk, maar een leuke steekproef, vond iedereen dat een onschuldige, kleine leugen. En toch de eerste leugen waar ik zelf echt mee zat was een zelfde onschuldige leugen. Ik was een jaar of 14 en werkte op zaterdag in de bakkerswinkel van mijn ouders. Een van de andere winkelmeisjes vroeg aan mij: heb jij je haar geverfd? Voordat ik het wist had ik nee gezegd. Nou had ik het ook niet echt geverfd, ik had er een soort blekende versteviger overheen gedaan, waterstofperoxide waarschijnlijk, maar het was overduidelijk een paar tinten lichter geworden. Ik kan me herinneren dat ik op het moment dat ik de nee uitsprak al spijt had. Het was overduidelijk dat ik loog. En dan nog wel over zoiets onbenulligs. Vanaf dat moment voelde ik me iedere keer opgelaten als ik dat meisje zag. Als ik over zoiets onbenullig loog, zou zij ongetwijfeld denken, was ik verder ook onbetrouwbaar. Ik was blij toen ze een paar jaar later bij ons weg ging. En dat allemaal door een ogenschijnlijk onbenullige leugen. Nog een andere onbenullige leugen heeft ook met Jean Harlow te maken. Haar echte naam was Harlean Carpenter. De filmmaatschappij MGM verzon dat ze niet Carpenter, maar Carpentier heette, familie was van Edgar Allen Poe en publiceerde foto's waarop Jean Harlow werk deed voor allerlei goede doelen. Allemaal leugens. Jean Harlow sprak de filmmaatschappij niet tegen en ging mee in dit verhaal. De mening die uit mijn kleine onderzoek kwam: Ach ja, we hebben het hier over de showbizz, een beetje verfraaien van je familiegeschiedenis is toch onschuldig. Ik kan het niet helpen dat ik altijd aan de ouders van Jean Harlow moet denken. Zonder het uit te spreken zegt ze met deze leugen iedere keer weer  jullie zijn niet goed, niet interessant genoeg. Ik voel hun verdriet over de afwijzing iedere keer als de naam Jean Harlow valt. In een NIPO-onderzoek van 2002 werd aan vijftienhonderd Nederlanders gevraagd welke levenshouding zij het belangrijkst vonden; op de eerste plaats kwam eerlijkheid. We vinden eerlijkheid het belangrijkst en toch, blijkt uit onderzoek, liegen we gemiddeld twee keer per dag, liegt een op de vier mensen in een sollicitatiebrief en liegt 95 % van de mensen bij een eerste afspraakje. En het helpt om te liegen: mensen die vaker liegen, hebben meer vrienden en zijn psychisch evenwichtiger. En in denkt u vast dit gaat niet over mij. Maar ik kan u vertellen, we denken ook allemaal dat anderen meer liegen dan wijzelf. We krijgen ook signalen dat het niet erg is om te liegen. Ik hoef alleen maar te zeggen I did not have sex with that woman, en u weet over welke leugen ik het heb. Toch wordt voormalig president Clinton nog steeds alom gerespecteerd en geeft hij duurbetaalde lezingen over de hele wereld. Het signaal dat we elkaar daarmee geven: het is niet erg als je liegt. Eigenlijk zijn we in ons gedrag aanhanger van de Britse filosoof Jeremy Bentham. Hij vond dat je altijd moest proberen het geluk te verhogen en de schade te beperken. Met ander woorden: liegen mag, als het geluksverhogend is. Of zoals in het geval van Clinton: de schade beperkt. Als het gaat om liegen om de schade te beperken wil ik u een anekdote niet onthouden. Het was ook in de periode dat ik voor Spoorloos werkte. Er was een vrouw op zoek naar haar vader, haar moeder kon niet alleen vertellen hoe de man heette, maar ook waar het gebeurd was, nl op de kermis, achter de botsautootjes. Op een gegeven moment hadden we de vermeende vader aan de telefoon, hij ontkende de vader te zijn met de woorden: mevrouw, ik kan het nooit zijn, ik ben getrouwd en ik ben als maagd het huwelijk in gegaan. Wij vroegen hem of hij dan wel mee wilde werken aan een dna-onderzoek, al was het alleen al om de vermeende dochter gerust te stellen. En deze man was een aardige man, die gunde iedereen rust en werkte mee. Hij voelde natuurlijk wel nattigheid en dekte zich alvast in met de volgende woorden: ik ben het niet. Maar als ik het ben dan is er sprake van vliegend zaad. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, het was vliegend zaad. De dochter werd liefdevol opgenomen in het gezin van de man en ze leefden voor zover ik weet nog lang en gelukkig. Een duidelijk geval van liegen om de schade te beperken. Nu kan ik me wel voorstellen dat er wat oplettende geesten tussen zitten vandaag en die denken natuurlijk, dat klinkt mooi, maar wie bepaalt dan of iets de schade beperkt en het geluk verhoogt. En wiens geluk moet er eigenlijk verhoogt worden. Dat van mij of dat van jou? En geldt het andersom eigenlijk ook? Als je de waarheid spreekt, moet je je dan ook afvragen of die waarheid de schade beperkt. De waarheid is soms helemaal niet geluksverhogend. In mijn boek Schaduwwaarheid komt een jongen voor die opgroeit in een gezin met een moeder die psychisch ziek is. Ze heeft last van psychoses, waanbeelden. Hij ziet dagelijks hoe het leven voor zijn moeder een hel is. Wat hij niet weet is dat het in de familie zit, zijn oma had het ook en heeft op een gegeven moment zelfmoord gepleegd door van de kerktoren af te springen. Bij de afscheidsmusical van groep 8 besluiten 2 meisjes dat deze jongen, Bernd, de waarheid over zijn familie te horen moet krijgen. Waarom? Omdat het de waarheid was. En ieder mens heeft recht op de waarheid. Bernd zat in de tot schouwburg omgebouwde gymzaal tegen het klimrek op de grond. Fenne leunde een paar meter verderop tegen de touwen, zenuwachtig voor de paar zinnen die ze als kikkermoeder uit moest spreken. Twee meisjes in grijze inktvissen-pakken kwamen naast Bernd op de grond zitten, bezorgde, en bij voorbaat al troostende gezichten. Het moest toch moeilijk zijn als een van je ouders zo vreemd was, zeiden ze. Eng ook. Zeker met de wetenschap dat het in de familie zat. Zijn oma had ze niet allemaal op een rijtje gehad, anders springt een mens niet van een kerktoren. Aan zijn moeder was overduidelijk ook een steekje los. Een van de meisjes had thuis gehoord dat het erfelijk was en ze vond dat Bernd er recht op had om dat te weten. Merkte hij er al iets van dat hij rare gedachten had? Of vreemde dingen deed? Ze keken hem aan met sensatieogen. De juf klapte in haar handen, het koor moest opstellen in rijen van drie, moest als eerste het podium betreden, daarna kwamen de echte sterren, de acteurs. Bernd had al die tijd niks gezegd. Met een rood gezicht stond hij op en schuifelde mee met de rest van het koor, mee in de massa, de meute, maar nooit meer deel van de groep. Hij verpeste het vissenlied door heel hard mee te zingen, negeerde de gebaren van de zangjuf, en zette bij het slotlied twee keer te vroeg in. Bij het feestje na de musical stak hij in de kleedkamer een wc-rol in brand. Was het goed dat hij de waarheid te horen had gekregen? Was de waarheid altijd goed? Of was het soms beter om in het dal te blijven, veilig achter de bergen. Onwetend, maar beschermd. Met Bernd is het nooit meer goed gekomen. Het belandde op het slechte pad en heeft zichzelf een groot deel van zijn korte leven bedwelmd met verdovende middelen, hij wilde er niet bij zijn op het moment dat hij gek zou worden, zei hij zelf. In dit geval was de waarheid desastreus. Een man die op zijn sterfbed aan zijn vrouw vraagt: ben je me altijd trouw geweest?  de waarheid vertellen zodat je nog net even de laatste uren van zijn leven kan vergallen? Het is de waarheid. Ja. Maar soms is de waarheid helemaal niet geluksverhogend en kun je je afvragen of het op dat moment niet veel liefdevoller is om te liegen. Ook als dat een grote leugen is. Volgens de filosoof Nietzsche bestaat de waarheid sowieso niet: jóúw waarheid bestaat, en mi­jn waarheid. Maar alles hangt af van het perspectief, het belang, het moment. Er zijn geen feiten, alleen maar interpretaties. Als de waarheid dan niet bestaat, waarom zouden we nog proberen de waarheid te spreken. Wat zou er gebeuren als we die eerlijkheid eens even vergeten. Als we er van uit zouden gaan dat we in een maatschappij leven waarin in principe iemand de waarheid spreekt. Of moet u er niet aan denken om te leven in een wereld waarin de waarheid niet meer bestaat. Toen ik al bijna klaar was met het schrijven van dit boek werd ik gevraagd om mee te doen met het programma Wie Is De Mol. Ik weet niet of u het programma kent: tien mensen gaan op reis en moeten onderweg allerlei opdrachten doen. Met die opdrachten kunnen ze geld winnen. Aan het eind van de rit krijgt de winnaar de inhoud van de pot. Maar een van die tien mensen, de mol, zal alle mogelijke moeite doen om ervoor te zorgen dat er geen geld in de pot komt. De andere deelnemers moeten erachter komen wie de mol is. Er wordt wat afgelogen in dat programma. Ik doe eerlijk gezegd nooit mee met televisiespelletjes, maar nu opeens twijfelde ik. Meedoen zou me de mogelijkheid geven om drie of vier weken lang (als je het tenminste zo lang uithoudt), in een omgeving te zitten, waarin iedereen liegt. Het zou betekenen dat ik zelf zou moeten liegen. Ik kan u natuurlijk niet vertellen hoe het is afgelopen, het komt vanaf januari op televisie, maar iets kan ik er wel over zeggen: Ik had me van te voren voorgenomen om niemand te vertrouwen, geen vrienden te maken en geen bondjes te sluiten. En ik weet niet of iedereen dat van plan was, of dat alleen ik een naieveling was, maar ik heb ontdekt dat de mens niet zonder kan. Voordat je het weet maak je vrienden, ook al weet je dat ze misschien tegen je liegen, voordat je het weet span je samen en worden er bondjes gesloten. En als u denkt hierin het bewijs te vinden dat ik er dan waarschijnlijk wel lang bij ben geweest, geloof mij, dit soort dingen spelen zich binnen twee of drie dagen af. We kunnen niet zonder. Je wordt niet eenzaam in een omgeving waarin eerlijkheid niet op nummer een staat. Tenminste niet als je dat vooraf met elkaar afspreekt. Betekent dat dan dat mensen niet meer gekrenkt raken als ze vooraf weten dat niemand te vertrouwen is? Helaas. Ieder jaar weer zijn mensen teleurgesteld omdat er tegen ze gelogen wordt. Maar laten we eerlijk zijn, als we afspreken dat we alleen de waarheid vertellen maken we ook mensen ongelukkig. Ik wil nog even terugkomen op de twee zware leugens die ik aan het begin van mijn verhaal aanhaalde. Het dubbelleven en de leugen over iemands afkomst. De vrouw in het boek Schaduwwaarheid heeft een dubbelleven, dat vertelde ik u al. Wat ik u niet vertelde is dat zij in beide gezinnen een belangrijke rol speelt. In Nederland is zij echt de moeder, is er voor haar twee dochters, voor haar man, zit in de ouderraad op school, steunt de kinderen op alle mogelijke manieren, gaat met haar man naar zakendiners. Tegelijkertijd heeft ze een gezin in Engeland. Een man en zijn kind, dat ook voelt als het hare. Vooral omdat het een bijzonder kind is. Het staat nergens, maar uit hoe hij zich gedraagt, kun je opmaken dat hij autistisch is. Zij brengt rust en regelmaat in zijn leven. Ook daar zou je kunnen zeggen dat ze de spil van het gezin is. Twee gezinnen die gelukkig zijn, twee gezinnen die dankzij of ondanks haar leugens gelukkig zijn. Op een gegeven moment ontdekt Fenne, de Nederlandse dochter, dat haar moeder een dubbelleven leidt. Ze staat dan voor het volgende dilemma, gaat ze haar vader en de Engelse man vertellen over de leugens en het bedrog en hen diep ongelukkig maken of zegt ze niks en verzwijgt ze de waarheid. Ook in het werkelijke leven is het niet zo dat grote leugens over de grote dingen van het leven altijd slecht zijn. Ik vertelde u over de dochter bij Spoorloos die door haar moeder werd voorgelogen over de identiteit van haar vader en hem daardoor nooit heeft leren kennen. Toen ik het verhaal in eerste instantie hoorde, vond ik het niet goed te praten. Maar toen we de vader eenmaal gevonden hadden, overleden dat wel, maar we zijn andere kinderen en exen konden spreken, kon ik er wel begrip voor opbrengen. Ik durf het hier rustig te zeggen, ik ga zijn naam niet noemen en dit verhaal lijkt helaas sprekend op te veel andere verhalen die in die jaren langskwamen, maar het was een afschuwelijke man. Gewelddadig, egoistisch, hij had overal in Nederland gewoond en liet een spoor van ongelukkige en getraumatiseerde kinderen achter. De moeder van onze gast kende dat verhaal, zij was in zijn mooie praatjes getrapt, maar ze wilde haar dochter die ellende besparen. De leugen van moeder was een leugen uit liefde.  >Ik wil er voor pleiten om eerlijkheid van de troon af te halen, niet meer eerlijkheid op nummer een, want daar kunnen we toch niet aan voldoen,  maar daar mededogen voor in de plaats zetten. Bij iedere leugen of waarheid die je spreekt, je zelf af te vragen, wat is het goede? Wat is het goede voor de ander en voor mij? En afhankelijk daarvan te liegen of niet. Ik zeg niet dat het in alle gevallen beter is als mededogen voor waarheid komt, maar het is in ieder geval al weer een leugen minder. Dank u wel. O ja, en nog even over dat leugentje over mijn haarkleur. U denkt misschien:wat is die vrouw paranoide om zo ingewikkeld te doen over zoeen klein leugentje. Maar Jean Harlow en de filmmaatschappij logen over haar haarkleur en natuurlijk ook een klein beetje over haar familiegeschiedenis, maar toen Jean Harlow uiteindelijk op 26-jarige leeftijd stierf en de filmmaatschappij bekend maakte dat ze was overleden aan een urinevergiftiging, geloofde niemand dat. Ja zeg, als je al over iets onbenulligs als je haarkleur liegt, zal dit ook wel gelogen zijn. Maar ik kan u vertellen: het was waar. En wat betreft mijn haarkleur, ik verf het nog steeds, al ben ik op dit moment wel bezig het voorzichtig uit te laten groeien en het grijs te laten worden. Als ik dan toch ergens moet beginnen kan ik net zo goed beginnen met eerlijk zijn over mijn haarkleur. Voor mensen die twijfelen aan mijn eerlijkheid, u mag het straks van dichtbij komen controleren.